In de media:
Terwijl het zuidelijke deel van Nederland al met vakantie is, mogen regio Noord en Midden nog even door. En dan is het zover! Zomervakantie! Een week of zes vrij (voor de leerlingen) en lekker relaxen. Maar waarom hebben we eigenlijk zo lang vakantie? En hoe is dat in de landen om ons heen? Is het wel lang genoeg? En wat ga je allemaal doen?
In deze laatste les van schooljaar 2024/25 gaan we het daar over hebben. De leerlingen denken ook alvast na over de invulling van al die vrije tijd. Want je gaat toch hopelijk niet 6 weken naar je scherm staren?
Vroeger moesten de kinderen gewoon werken. Dat mag nu niet meer. Bij het onderdeel burgerschap gaan we het daar over hebben. Moet het niet mogelijk zijn dat kinderen werken?
Lesdoel(en)
De leerling:
- verkent hoe digitale technologie, digitale media en de samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden. (Conceptkerndoel 9 - Digitale technologie, de samenleving en de wereld)
PowerPoint
Download de PowerPoint en pas deze naar wens aan.
Leestekst
Samen lezen? Print de leestekst uit.
Online presentatie
Uitwerking per dia
Dia 1 en 2: Melle
Introduceer de les aan de hand van de titel: Leve de vakantie? Waar denken de leerlingen aan als ze deze titel horen? Wat is de link met digitale geletterdheid, denken ze?
Lees het verhaal van Melle voor of print de tekst uit voor de leerlingen en lees het samen. Bespreek de ervaring van Melle, wat herkennen de leerlingen?
Dia 3: Nu in de media
Bespreek de tekst met de leerlingen:
Zomervakantie begint in het zuiden, veel drukte op wegen verwacht dit weekend
“De zomervakantie staat voor de deur en gezinnen in de regio Zuid kunnen daar het eerst van genieten. Vrijdag is daar officieel de laatste schooldag. Het kan daarom komend weekend flink druk worden op de Nederlandse wegen door vakantiegangers en evenementen, verwacht de ANWB. Maar ook in het buitenland wordt het druk.”
Dit bericht (BN/De Stem, donderdag 3 juli) waarschuwt voor drukte in het buitenland. Want ook daar begint de zomervakantie. Wel op verschillende data. Hoe zit dat eigenlijk met die vakantie?
Dia 4: Hoe zit dat
In Nederland hebben we 6 weken zomervakantie (VO meestal 7, zelfs). Dat is nog iets van vroeger, want “tot ver in de negentiende eeuw was Nederland voornamelijk een agrarische samenleving. In die tijd was de zomerperiode essentieel voor het oogsten van gewassen zoals gerst, rogge, aardappelen, bieten, hooi, groenten en fruit. Veel gewassen moesten snel worden geoogst om bederf te voorkomen. Om dit werk te kunnen doen, hadden boeren alle beschikbare arbeidskrachten nodig, inclusief hun kinderen. Dit leidde tot een natuurlijke pauze in het schoolrooster tijdens de zomermaanden.(Bron: nemokennislink.nl).” Maar andere bronnen (bv. Historiek.net) geven aan dat vooral de zomerse temperaturen aanleiding waren voor een lange vakantie. Het is in de zomer vaak te warm om in een lokaal te zitten. Daarom is het in warmere landen, zoals Spanje, ook langer zomervakantie (in Spanje ongeveer 3 maanden…).
In verschillende landen in Europa zijn de zomervakanties dus anders geregeld. Zo is in België voor het Nederlandstalig onderwijs de zomervakantie altijd van 1 juli t/m 31 augustus. In Noorwegen is het (net als hier) per regio verschillend, maar wel overal ongeveer 9 weken. In Duitsland is de vakantie ongeveer 6 weken en start per deelstaat op verschillende momenten.
Dia 5: Stelling (niveau 1)
Bespreek de stelling "De zomervakantie in Nederland zou ook 2 maanden moeten duren.” Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Waarom? Zou het niet juist korter moeten zijn? Wat zouden je ouders daarvan vinden? Hoe ga je al die tijd vullen?
Dia 6: Stelling (Niveau 2)
Bespreek de stelling “In de zomervakantie zou er zomerschool moeten zijn voor leerlingen die onvoldoendes scoren of extra werk willen doen.” Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Is dat dan vrijwillig? Wie bepaalt wie er zomerschool krijgt? Of zou dat juist voor iedereen moeten zijn? En hoe zit dat dan met de vakantie van de docenten/leerkrachten?
Dia 7: Stelling (niveau 3)
Bespreek de stelling “Vaste vakanties zijn ouderwets. Iedere leerling zou zijn/haar/hen eigen vakanties en vrije dagen in moeten plannen.”
Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Wat zijn dan de gevolgen? Hoe geef je nog klassikale lessen dan? Wat zijn de voor- en nadelen? Wat zou je anders doen dan nu?
Opdracht
Geef iedere leerling een uitgeprinte bingokaart. En bespreek.
Hoe je er ook over denkt; je hebt binnenkort 6 weken (of meer als je op VO zit) vrij. Wat ga jij doen?
Maak je eigen vakantiebingokaart. Gebruik daarvoor het werkblad. Je ziet dat we al een aantal vakje voor je hebben ingevuld… Vul de rest zelf in en houd je kaart bij deze vakantie.
Hoe bewaak jij je online/offline balans in de vakantie?
Heb jij straks een volle kaart?
Leg nadruk op de afwisseling in online en offline activiteiten, lezen en het belang van buiten zijn, zoals we in eerdere lessen behandeld hebben. Vul eventueel zelf vooraf al een eigen bingokaart in als voorbeeld.
Dia 9: Zomerleestips:
Op deze dia 5 boektitels voor de doelgroep.
What de hack! – Maria Genova; van bibliotheek.nl: “ Wat doe je als je mobiel of laptop gehackt is en alles wordt gewist? André is heel verbaasd als hem dit overkomt. Hij gaat de strijd aan met de cybercriminelen.”
Boy 7 – Mirjam Mous; van bibliotheek.nl; “Een 15-jarige Amerikaanse jongen (ik-persoon) komt bij kennis op een grote, hete grasvlakte. Hij weet niet wie of waar hij is. Hij besluit hoe dan ook zijn verleden te achterhalen en zichzelf terug te vinden.”
Tijdfixers – Davide Morosinotto; van bibliotheek.nl: “ Mirella (19) werkt voor een geheime militaire organisatie en voorkomt rampen door te reizen door de tijd en kleine veranderingen aan te brengen in het verleden. Als ze een bomaanslag op een school moet voorkomen, gaat er van alles mis...”
De macht van Algas – Marco Kunst; van bibliotheek.nl: “ 2317. Als het Zeeuwse eiland Walcheren geteisterd wordt door een verschrikkelijke storm, weet het machtige bedrijf Algas een ramp te voorkomen, maar hun prijs is hoog. Naomi, Bries, Lutijn en Wikke komen in actie om het eiland te bevrijden uit de klauwen van Algas.”
De spin en de sleutel – Anna Woltz; van bibliotheek.nl: “Elena (13) moet een hele maand bij het nieuwe gezin van haar tante logeren. Op de boerderij ontmoet ze de mysterieuze Atlas. Zijn zusje zegt dat hij de school in brand heeft gestoken en hij verdwijnt elke nacht. Toch móét Elena achter zijn geheimen zien te komen.”
Reflectie
Bespreek een aantal activiteiten op de bingokaarten. Welke verschillen en overeenkomsten zijn er? Hebben jullie zin in de vakantie?
Dia 11: Oh…nog even dit
Fijne vakantie!!! Geniet ervan en graag tot volgend schooljaar!!!
Burgerschap
Deze opdracht past bij Kerndoel 3 – Democratische waarden: De leerling geeft aan hoe diens handelen verbonden is met democratische waarden.
Dia 13 Het is je recht!
Vroeger werd van de kinderen verwacht dat ze meewerkten op het land. Het is nu voor kinderen tot verboden om te werken. En voor kinderen vanaf 13 zijn er ook nog strenge regels aan verbonden, zoals je op de screenshot (rijksoverheid.nl) kunt zien. Kinderen hebben recht op onderwijs en leerplicht. En het recht dat er door volwassenen voor ze gezorgd wordt.
Dat is niet overal zo. In andere landen is kinderarbeid heel gewoon.
Bespreek de stelling op de volgende dia.
Dia 14 Opdracht
Bespreek de stelling: “In uitzonderlijke situaties zou het toegestaan moeten zijn dat kinderen werken.” Welke situaties dan? En hoe zit het dan met je andere rechten? Als je werkt, kun je niet (volledig) naar school? Welke voorwaarden zouden hieraan moeten zitten?
Wiki Woordenschat
Vakantie is de tijd dat je niet naar school gaat of hoeft te werken. Met vakantie wordt niet gewoon een weekend of een vrije dag bedoeld, maar een wat langere tijd waarin mensen vrij zijn van school of werk, zoals de zomervakantie of de herfstvakantie. Veel mensen gaan in zo'n vrije periode een aantal dagen of weken op reis. Ze gaan dan naar een andere plek in hun eigen land of naar het buitenland. Dat heet "op vakantie gaan".
Je kunt op verschillende manieren op vakantie gaan. Bijvoorbeeld: met de bus, de fiets, het vliegtuig, de auto, de trein, een cruiseschip of de boot. Als je op de vakantiebestemming bent kun je daar op verschillende manieren overnachten. Sommige mensen slapen in een hotel en anderen gaan kamperen, bijvoorbeeld met een tent. Veel Nederlanders nemen een eigen caravan mee op vakantie. Veel mensen gaan op vakantie naar de Tropen of warmere landen om de zon op te zoeken.
Media bestanden
Gebruikte bronnen
Bron: BNdestem.nl
https://www.bndestem.nl/binnenland/zomervakantie-begint-in-het-zuiden-veel-drukte-op-wegen-verwacht-dit-weekend~aaffb591/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
Bron: Nemokennislink.nl
https://www.nemokennislink.nl/publicaties/vijf-vragen-over-de-zomervakantie/
Bron: Historiek.nl
https://historiek.net/geschiedenis-zomervakantie/61102/
Bron: Bibliotheek.nl
https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.421465069.html/what-the-hack-/
https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.433171197.html/boy-7/
https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.44436658X.html/tijdfixers/
https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.44276183X.html/de-macht-van-algas/
https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.43911506X.html/de-spin-en-de-sleutel/
Bron: Rijksoverheid.nl
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijbaan-vakantiewerk-en-stage-door-jongeren/vraag-en-antwoord/wat-voor-werk-13-of-14-jaar