In de media:
Het is de Week van Lezen en Schrijven deze week. Hierin wordt aandacht gevraagd voor het belang van lezen en schrijven. “In Nederland hebben 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Daardoor hebben ze ook vaak moeite met een computer of een smartphone.
Van 8 tot en met 15 september is de Week van lezen en schrijven. Dan vragen we extra aandacht voor beperkte basisvaardigheden.”
De leerlingen leren over laaggeletterdheid en het belang van basisvaardigheden in de maatschappij en in de digitale wereld.
In het burgerschapsgedeelte hebben we aandacht voor de rol van de regering hierin. Wat kunnen die doen? Aanpassen of opleiden?
Lesdoel(en)
De leerling werkt in deze lessen aan de onderstaande definitieve (concept)Kerndoelen:
- Kerndoel 22 – De leerling zet digitale technologie en digitale media in.
- Onderdeel A: De leerling zet digitale systemen functioneel in.
- Onderdeel C: De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.
- Kerndoel 23 - De leerling creëert digitale producten
- Onderdeel A: De leerling gebruikt passende werkwijzen bij het creëren en gebruiken van verschillende typen digitale producten.
PowerPoint
Download de PowerPoint en pas deze naar wens aan.
Leestekst
Samen lezen? Print de leestekst uit.
Deze week is de tekst van Melle in twee gedeelten opgesplitst.
Het eerste gedeelte is bewust in hele moeilijke taal geschreven om de leerlingen te laten ervaren hoe het is om steeds veel te moeilijke tekst te moeten lezen.
Online presentatie
Uitwerking per dia
Dia 1, 2 en 3: Melle
Introduceer de les aan de hand van de titel: “Lkeekr mikjaklek lzeen en shicrejvn”
Waar denken de leerlingen aan als ze deze titel horen? Wat is de link met digitale geletterdheid, denken ze? Weten ze wat er staat?
Laat de leerlingen vervolgens zelf proberen het eerste deel van de tekst van Melle te lezen. Wat ervaren ze? Waarschijnlijk is de tekst veel te moeilijk voor ze. Laat ze even proberen en ga vervolgens naar deel 2 van de tekst (dia 3). Bespreek samen de inhoud en de tekst zelf. Wat als je elke tekst moeilijk vind? Tegen welke problemen loop je dan aan? Hoe zou je bv. boodschappen doen als je niet kunt lezen? Of een ondertiteld tv-programma kijken? Of…
Dia 4 en 5: Nu in de media
Week van lezen en schrijven
Van lezenenschrijven.nl:
“In Nederland hebben 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Daardoor hebben ze ook vaak moeite met een computer of een smartphone.
Van 8 tot en met 15 september is de Week van lezen en schrijven. Dan vragen we extra aandacht voor beperkte basisvaardigheden. Dat doen we met het Nederlandse publiek, taalnetwerken, gemeenten en bedrijven. En ook lokale radiostations zetten zich ervoor in.”
Luister eens naar het verhaal van Marco, die 17 was toen hij van school af ging en in een fabriek ging werken. En lees het verhaal van Taalheld 2025 Jako (28 jaar).
Bekijk de video en lees het verhaal van Jako op de volgende dia. Wat vinden de leerlingen van deze verhalen?
Dia 6: Hoe zit dat
Bespreek de tekst op de dia.
“Je bent als volwassene laaggeletterd, als je moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak heb je dan ook beperkte digitale vaardigheden. Dan vind je bijvoorbeeld omgaan met een computer of een smartphone lastig. Niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen heeft gevolgen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan of hebt minder grip op je geldzaken. Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Een laaggeletterde kan wel lezen en schrijven, alleen niet goed genoeg om helemaal mee te doen in de samenleving.
In Nederland zijn er 3 miljoen laaggeletterden (16 tot en met 75 jaar).
Ook jongeren lopen het risico laaggeletterd te worden.
Te veel jongeren:
- hebben aan het eind van de basisschool een achterstand in schrijfvaardigheid;
- hebben aan het eind van de basisschool een lichte achterstand in rekenen en wiskunde;
- hebben als ze 15 jaar zijn een leesachterstand;
- vinden als ze 15 jaar zijn lezen niet leuk.
(Bron: Laaggeletterdheid in Nederland)
Dia 7: Stelling (niveau 1)
Bespreek de stelling “Als je niet goed kunt lezen, ben je minder slim dan anderen.” Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. De stelling is niet waar. Niet kunnen lezen, zegt niet per definitie iets over je intelligentie.
Dia 8: Stelling (Niveau 2)
Bespreek de stelling “Online lezen, zoals op YouTube of Instagram, is ook lezen.” Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Dit is een “Ja, maar”-stelling. Het klopt. Online lezen is ook lezen, maar wel lezen voor gevorderden. Door de afleiding rondom de teksten is digitaal/online lezen moeilijk dan gewoon lezen op papier. Het lezen van boeken en rijke teksten is essentieel voor de taalontwikkeling.
Dia 9: Stelling (niveau 3)
Bespreek de stelling “Digitale media maken laaggeletterdheid erger.” Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Deze stelling kan waar zijn, omdat het steeds makkelijker wordt om niet te hoeven lezen. Maar kan ook niet waar zijn omdat er steeds meer digitale media ingericht zijn om juist geletterdheid te ontwikkelen.
Opdracht
Er zijn verschillende manieren om mensen die laaggeletterd zijn te helpen, zoals:
- de Lees Simpel App: daarmee maak je een foto van een tekst en krijg je een samenvatting in eenvoudige taal.
- Steffie.nl: een website die moeilijke dingen op een makkelijke manier uitlegt. Je kunt hier ook stickers bestellen die je op een te moeilijke brief kunt plakken en die vervolgens retour afzender sturen.
- Het DigiTaalhuis (of kijk bij je plaatselijke bieb) van de bibliotheek: daar helpen ze mensen bij het verbeteren van basisvaardigheden, zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden.
En jij wat kan jij doen? Jij kan de opdracht uitvoeren!
Bespreek samen de voorbeelden op deze dia. Kijk zeker ook op de website van de plaatselijke bibliotheek om te zien wat het aanbod daar is rondom dit onderwerp! Of ga op bezoek!
Voorkomen is beter dan genezen… dus leer goed lezen, rekenen en schrijven. Boeken lezen is daarvoor erg belangrijk, maar zoals eerder al gezien: “Teveel jongeren vinden als ze 15 jaar zijn lezen niet leuk.” Maar lezen is een essentiële lifeskill.
Jij gaat nu aan de slag als “Taalfluencer”.
Maak reclame voor leren lezen (gebruik de info uit deze les!) of maak reclame voor jouw favoriete boek.
Dat doe je door:
- Keuze 1: Maak met PowerPoint of Canva een presentatie van 5 dia’s te maken waarbij je met “cameo-”(PPT) of “Opnamestudio” (Canva) zelf de presentatie geeft. Deze kan dan als een video worden afgespeeld.
- Keuze 2: met Canva (of ander ontwerpprogramma) een 5 voorbeelden van mogelijke social media posts te maken waarin jongeren worden opgeroepen om meer te gaan lezen.
- Keuze 3: een video op te nemen als een echte influencer. Heb je een programma om te bewerken? Doe dat dan!
Zelf een ander creatief idee? Overleg met je leerkracht.
Bepaal zelf als leerkracht welke keuze je de leerlingen geeft. Bekijk de mogelijkheden vooraf. Geef de leerlingen met andere creatieve ideeën zoveel mogelijk de ruimte. Als ze maar aan leesbevordering werken.
Uitleg bij Keuze 1: Maak met PowerPoint of Canva een presentatie van 5 dia’s te maken waarbij je met “cameo-”(PPT) of “Opnamestudio” (Canva) zelf de presentatie geeft. Deze kan dan als een video worden afgespeeld.
PowerPoint Cameo: maak je presentatie en klik op “invoegen” in het menu. Selecteer “Cameo” en vervolgens “Alle dia’s”. Neem vervolgens per dia je verhaal bij die dia op.
Canva: maak je presentatie en klik op “delen”. Kies “Weergave en opname” en ga naar de opnamestudio. Geef toestemming om je microfoon en camera te gebruiken (tijdens gebruik van de website) en start de opnamen. Download je presentatie en sla deze op.
Reflectie
Geef de leerlingen de kans hun resultaten te presenteren.
Welke keuzes heb je gemaakt? Waar liep je tegenaan bij het maken?
Burgerschap
Deze opdracht past bij Kerndoel 3 – Democratische waarden: De leerling geeft aan hoe diens handelen verbonden is met democratische waarden.
Dia 16 Het is je recht!
Over moeilijke taal gesproken, vooral overheidssites stonden erom bekend moeilijke taal te gebruiken. Er is veel aandacht geweest voor het versimpelen daarvan. Daar staat immers informatie die voor iedereen begrijpelijk zou moeten zijn.
Maar moeten de overheid nu het niveau van de teksten verlagen of ervoor zorgen dat iedereen voldoende de taal machtig is om ze te begrijpen?
Bediscussieer de stelling op de volgende dia.
Dia 17 Opdracht
“De overheid moet er voor zorgen dat iedereen die in Nederland woont de Nederlandse taal voldoende beheerst om mee te kunnen in de maatschappij.”
Wiki Woordenschat
Geletterdheid is simpel gezegd het kunnen begrijpen wat de ander zegt of schrijft en je zelf aan de ander mondeling of schriftelijk duidelijk kunt maken. Het heeft dus veel te maken met het kunnen communiceren. Geletterdheid hangt ook nauw samen met taalbegrip. Je hebt geletterdheid nodig om uiteindelijk zelfstandig in de maatschappij mee te kunnen doen. Iemand die niet geletterd is, wordt ook wel een analfabeet genoemd. Zo een iemand zal altijd afhankelijk zijn van anderen. Je eigen naam kunnen lezen en schrijven is al het begin van geletterd zijn, maar er komt natuurlijk veel meer bij kijken.
Door middel van de geletterdheid ben je in staat om informatie tot je te nemen. Daarvoor gaan de meeste kinderen dan ook naar school. Maar ook de thuisomgeving is en blijft belangrijk voor de ontwikkeling van de geletterdheid. Het begint met het leren praten en luisteren. Wat is de betekenis van elk woord (zie ook taalbegrip). In de sociale omgang met elkaar leer je ook wat er bedoeld wordt met bepaalde uitspraken. De toon, emotie en lichaamstaal spelen hierbij een belangrijke rol. Dit zou je de 'sociale geletterdheid' kunnen noemen. Vandaar ook dat de één een boek anders zal lezen en beleven dan de ander. De tekst is hetzelfde, maar iedereen kan er iets anders bij voelen en zich indenken bij wat hij of zij leest. Een ander iets hierbij is het culturele verschil van bevolkingsgroepen. Het is maar net hoe en in welke omstandigheden je opgevoed bent.
Er kan veel mis gaan als het gaat om het leren van de geletterdheid. Het begint al met het wel of niet goed functioneren van de zintuigen en de werking van de hersenen. Er zijn allerlei leerstoornissen. Denk aan dyslexie en woordblindheid. Dergelijke stoornissen kunnen een enorme belemmering zijn.
Met de vele veranderingen in de media, krijgen we ook te maken met de nieuwe of digitale geletterdheid. Je zou daarom de geletterheid ook de 'analoge geletterheid' kunnen noemen.
Media bestanden
Gebruikte bronnen
Bron: Lezenenschrijven.nl
https://www.lezenenschrijven.nl/wat-doen-wij/oplossing-voor-je-vraagstuk/week-van-lezen-en-schrijven-0
https://www.lezenenschrijven.nl/sites/default/files/2023-09/Kennisblad_Gezin_Basisvaardigheden_interactief.pdf
Bron: Leessimpel.nl
https://www.leessimpel.nl/
Bron: Steffie.nl
https://www.steffie.nl/
Bron: Theek5.nl
https://www.theek5.nl/leren-ontwikkelen/taal/digi-taalhuis