Het nieuwe schooljaar is begonnen. Jammer, want de vakantie is voorbij. Leuk, want je ziet je vrienden weer elke dag. En spannend, want er is een nieuwe leerkracht, er zijn nieuwe klasgenoten of zelfs een hele nieuwe school. Deze les draait om elkaar leren kennen.
Dat doen we met een omweg: via de digitale wereld. Een groot deel van het leven van leerlingen speelt zich online af, en die wereld ziet er bij iedereen anders uit. De leerlingen tekenen een landkaart van hun eigen digitale wereld en stellen zichzelf daarmee voor aan de klas — in een klein groepje of via een speeddate. Zo ontdekken ze wat ze gemeen hebben én hoe verschillend ze zijn. En ze oefenen meteen met een belangrijke vraag: wat deel ik wel, en wat houd ik voor mezelf?
In het burgerschapsgedeelte kijken we naar wat er gebeurt als anderen over jou beslissen wat er online komt te staan. Wie bepaalt dat? En hoe zorg je dat iedereen erbij hoort?
Achtergronden bij deze les
- Hoe ziet de digitale wereld van kinderen eruit?
Kinderen van 7 tot en met 12 jaar gebruikten in 2024 gemiddeld 2 uur en 24 minuten per dag digitale media — de 144 minuten die op dia 3 genoemd worden. De meeste tijd gaat naar films en series, daarna naar gamen. Het volledige rapport staat op netwerkmediawijsheid.nl. - Startidee: het briefjesspel
Laat iedere leerling in stilte op een briefje drie apps, games of sites schrijven die hij of zij het meest gebruikt — zonder naam erbij. Hussel de briefjes en lees er een paar voor: wie hoort bij welk briefje? Bespreek daarna waarom je het soms meteen weet en soms helemaal niet. Meedoen is vrijwillig; wie liever niets opschrijft, hoeft dat niet. - Let op: veiligheid in de klas
Deze les vraagt leerlingen iets over zichzelf te delen. Spreek vooraf af dat niemand hoeft te vertellen wat er op de privéplek van de kaart staat, en dat er niet gelachen wordt om andermans keuzes. Houd er rekening mee dat niet elke leerling een eigen telefoon, tablet of snel internet heeft.
PowerPoint
Download de PowerPoint en pas deze naar wens aan.
Leestekst
Samen lezen? Print de leestekst uit.
Online presentatie
Uitwerking per dia
Dia 1 en 2: Melle
Introduceer de les aan de hand van de titel: “Stel je voor”.
Waar denken de leerlingen aan als ze deze titel horen? Aan jezelf voorstellen aan een nieuwe klas, of aan “stel je voor dat…”? Wat is de link met digitale geletterdheid, denken ze? Laat de landkaart op de dia zien: zoiets gaan ze straks zelf maken.
Lees het verhaal van Melle voor of print de tekst uit voor de leerlingen en lees het samen. Bespreek het verhaal daarna: wat is jammer, wat is leuk en wat is spannend aan het begin van een nieuw schooljaar? En had Melle gelijk dat ze verbaasd was over de antwoorden van haar klasgenoten?
Dia 3: Nu in de media
Bespreek de tekst op de dia.
Zo ziet de digitale wereld van kinderen eruit
Van nji.nl:
Kinderen van 0 tot en met 6 jaar besteden volgens hun ouders gemiddeld 126 minuten per dag aan digitale media in 2026.
Bij kinderen van 0 t/m 6 jaar is de televisie nog het meest gebruikte apparaat, gevolgd door de tablet en de telefoon. Hoe ouder kinderen worden, hoe vaker ze een tablet of gameconsole gebruiken.
Volgens hun ouders zijn bij kinderen van 7 tot en met 12 jaar (in 2025) de meest regelmatig gebruikte apparaten de televisie (78 procent), de tablet (70 procent) en de mobiele telefoon (64 procent). Daarna volgen videogame-consoles (54 procent), oortjes/koptelefoons (52 procent) en laptops (40 procent).
Van trimbos.nl:
“Uit de meest recente uitvraag van Netwerk Mediawijsheid onder ouders komt naar voren dat kinderen tussen de 7 en 12 jaar volgens hun ouder(s) gemiddeld 144 minuten per dag besteden aan verschillende media.”
Dia 4: Hoe zit dat
Aan het begin van een nieuw schooljaar leer je elkaar opnieuw kennen. Je vertelt wie je bent en wat je leuk vindt. Maar een deel van je leven speelt zich ook online af. Dat noemen we je digitale wereld: alle apps, games, sites en apparaten die jij gebruikt.
Die digitale wereld is bij iedereen anders. De een gamet veel, de ander kijkt vooral filmpjes of videobelt met familie. De een heeft een eigen telefoon, de ander niet. Er is geen goed of fout. Maar het is wel handig om te weten hoe die van jou eruitziet.
Als je jezelf voorstelt, kies je zelf wat je vertelt. Je hoeft niet alles te zeggen. Dat heet privacy. Online werkt dat net iets anders, want alles wat je deelt blijft ergens staan. En soms deelt iemand anders iets over jou, zonder dat jij dat wilt.
Daarom hoort bij “jezelf voorstellen” ook deze vraag: wat deel ik wel, en wat houd ik voor mezelf? Jij mag dat zelf kiezen — op school én online.
Op een landkaart van je digitale wereld zie je in één keer waar jij vaak bent en welke plekken privé zijn.
Bespreek de stelling(en) op de volgende dia(‘s).
Dia 5: Stelling (niveau 1)
Bespreek de stelling “Je hoeft niet alles over jezelf te vertellen.”
Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Waarom wel/niet? Mag je iets voor jezelf houden? Wat vertel je wel aan de klas, en wat alleen aan je beste vriend of vriendin? Hoe weet je wat te veel is?
Dia 6: Stelling (niveau 2)
Bespreek de stelling “Je leert iemand beter kennen als je weet wat hij online doet.”
Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Waarom wel/niet? Zegt jouw favoriete game of app iets over wie je bent? En wat weet je dan nog niét van iemand?
Dia 7: Stelling (niveau 3)
Bespreek de stelling “Een foto van jou mag alleen online als jij dat goedvindt.”
Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Waarom wel/niet? Wat doe je als iemand een foto van jou deelt die jij niet leuk vindt? En hoe vraag je het zelf netjes aan een ander?
Activiteiten
Landkaart van je digitale wereld
Vul eerst het werkblad in.
Teken daarna op een A3-vel een landkaart van jouw digitale wereld met minimaal 5 plekken.
Geef elke plek een naam (Game-eiland, Filmpjesberg, Chat-baai…) en teken erbij wat je daar doet. Zet ook één privéplek op je kaart: daar vertel je niets over.
Hiernaast (op de dia) zie je een voorbeeld.
Werkwijze:
- Schrijf op welke apps, games en sites je gebruikt.
- Kies er minimaal 5 uit en bedenk een naam per plek.
- Maak een schets: wat ligt dicht bij elkaar?
- Deel je A3-papier in en teken je kaart met kleur en symbolen.
- Maak een legenda: wat is openbaar en wat is privé?
De leerlingen vullen eerst het werkblad in: blad 1 voor het verzamelen en benoemen van de plekken, blad 2 om te schetsen, blad 3 met de voorbeeldkaart van Melle. Pas daarna gaan ze aan de slag op A3. Tip: laat leerlingen die vastlopen beginnen met een gewone dag. Wat is het eerste scherm dat je aanzet, en wat het laatste? Elke stop op die route kan een plek op de kaart worden.
Kijk terug
Stel jezelf voor met je landkaart in een groepje van vier. Luister goed: wat is er anders aan de kaart van de ander? Hang de kaarten daarna op in de klas.
Sluit klassikaal af met twee vragen: welke kaart leek het meest op die van jou, en wat verraste je het meest? Benoem dat verschillende kaarten allemaal goed zijn.
Bonus Bingo!
Deze opdracht past bij
- Kerndoel 4 – Democratische betrokkenheid: De leerling verkent verschillende mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving.
Dia 11: Digitaal burgerschap
Bespreek de volgende stelling/situatie:
Aan het begin van het schooljaar maakt de klas een groepsapp. Iedereen wordt er meteen in gezet: naam, foto en telefoonnummer zijn voor iedereen zichtbaar. Ook een paar ouders en oudere broers en zussen zitten erin. Niemand heeft gevraagd of dat oké is.
Sem wil er liever niet in. Hij vindt het vervelend dat zijn nummer bij mensen komt die hij niet kent. Als hij de groep verlaat, reageren klasgenoten verbaasd: “Doe je niet mee?” Er wordt over hem gepraat. Later wordt in de groep een filmpje gedeeld dat op het schoolplein is opgenomen. Sem staat er duidelijk op, maar hij wist er niets van.
De school zegt dat de groepsapp niet van school is. De ouders vinden het “gewoon handig”. Sem zegt niets meer.
Denkvragen
- Wie bepaalt eigenlijk wat er over jou in zo’n groepsapp komt te staan?
- Mag je ergens buiten blijven zonder dat je daarop wordt aangesproken? Waarom wel of niet?
- Wat kun jij doen zodat iedereen in jouw klas zich veilig voelt om zichzelf voor te stellen?
Wiki Woordenschat
Filter bubbles vormen een situatie waarbij internet-gebruikers alleen informatie te zien krijgen die overeenkomt met hun eerdere zoekgedrag of voorkeuren, wat leidt tot een beperkte wereldvisie.
Dit wordt veroorzaakt door algoritmen. Het fenomeen werd geconstateerd en in 2011 geïntroduceerd door Eli Pariser. Hij noemde het digitale polarisatie.
Door de filtering van de informatie raken mensen afgeschermd van afwijkende meningen of andere informatie, wat kan leiden tot bevestigingsvooroordelen (confirmation bias) ofwel een eenzijdig beeld.
Media bestanden
Gebruikte bronnen
Bron: Netwerkmediawijsheid.nl
https://netwerkmediawijsheid.nl/onderzoek/monitor-mediagebruik-7-12-jaar/
Bron: NJI.nl
https://www.nji.nl/databanken/cijfers/cijfers-over-mediagebruik
Bron: Trimbos.nl