Van 18 tot en met 24 mei wordt in Nederland de Week van het Nieuws georganiseerd. Deze week staat in het teken van nieuwsgierigheid, kritisch denken en het beter begrijpen van de wereld om ons heen. Deze les sluit hierop aan door leerlingen te laten onderzoeken hoe nieuws eigenlijk wordt gemaakt. Ze ontdekken dat nieuws niet vanzelf ontstaat, maar het resultaat is van keuzes: welke informatie wordt gebruikt, welke woorden worden gekozen en welk perspectief wordt benadrukt.
In deze les ervaren leerlingen dat verschillende bronnen en media hetzelfde onderwerp anders kunnen vertellen. Ze schrijven zelf nieuwsberichten vanuit verschillende invalshoeken en denken na ver betrouwbaarheid en perspectief.
De les sluit af met een burgerschapsopdracht waarin leerlingen onderzoeken welke rol nieuws speelt in de samenleving en hoe we verantwoord met informatie omgaan.
Lesdoel(en)
De leerling werkt in deze lessen aan de onderstaande definitieve (concept)Kerndoelen:
- Kerndoel 22 - De leerling zet digitale technologie en digitale media in.
- Onderdeel B: De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.
- Kerndoel 24 - De leerling participeert in de gedigitaliseerde wereld.
- Onderdeel B: De leerling maakt weloverwogen keuzes in het gebruik van digitale technologie en digitale media
- Onderdeel C: De leerling verkent hoe digitale technologie, digitale media en de samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden.
Achtergronden bij deze les
- Nog meer aan de slag met nieuwswijsheid?
Bekijk de toolkit Nieuwswijsheid van de Week van het Nieuws op de website weekvanhetnieuws.nl/toolkit. Je vindt daar onder andere de links naar themapagina’s van SchoolTV, verschillende gespreksstarters en campagnes en lespakketten (zoals die van Het Klokhuis en Kidsweek) die aansluiten bij dit onderwerp. - Hoe volgen jongeren het nieuws?
“Het Commissariaat voor de Media voerde in 2024 een grootschalig onderzoek uit, genaamd ‘Jongeren, nieuws en sociale media: Een blik op de toekomst van het nieuws’. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren voornamelijk sociale media gebruiken om op de hoogte te blijven van wat er speelt in de wereld. Deze veranderde nieuwsconsumptie is blijvend: de mediaroutines die jongeren nu ontwikkelen, bepalen hun mediagedrag in de toekomst.”(bron en meer informatie: www.cvdm.nl (Commissariaat voor de Media))
PowerPoint
Download de PowerPoint en pas deze naar wens aan.
Leestekst
Samen lezen? Print de leestekst uit.
Online presentatie
Uitwerking per dia
Dia 1 en 2: Melle
Introduceer de les aan de hand van de titel: “Achter de schermen van het nieuws”.
Waar denken de leerlingen aan als ze deze titel horen (in combinatie met de afbeelding)? Wat is de link met digitale geletterdheid, denken ze?
Lees het verhaal van Melle voor of print de tekst uit voor de leerlingen en lees het samen. Bespreek het verhaal van Melle samen.
Dia 3: Nu in de media
Bespreek de tekst op de dia en bekijk de video.
18 - 24 mei 2026: Week van het nieuws
Van weekvanhetnieuws.nl:
“Van 18 tot en met 24 mei 2026 vindt de eerste editie van de Week van het Nieuws plaats: een landelijke publiekscampagne waarin journalisten, onderwijs, bibliotheken en het publiek elkaar actief opzoeken. En samenwerken aan vertrouwen, toegankelijkheid, kennisdeling en dialoog.
Tijdens de Week van het Nieuws gaan publiek en journalisten samen in gesprek, op locatie en achter de schermen. Want nieuws wordt gemaakt door mensen, voor mensen en is geen vanzelfsprekendheid. Het bestaat omdat mensen vragen blijven stellen en krijgt betekenis door hoe het wordt gelezen, gezien, gehoord, besproken en bevraagd.
Dia 4: Hoe zit dat
Hoe wordt nieuws gemaakt? Nieuws ontstaat niet vanzelf. Het wordt gemaakt door mensen die beslissen welke gebeurtenissen belangrijk genoeg zijn om te delen. Dat begint bij een gebeurtenis. Journalisten verzamelen informatie, vergelijken bronnen en bepalen welke invalshoek ze kiezen. De manier waarop een verhaal wordt verteld, hangt af van de keuzes die zij maken: welke feiten ze benadrukken, welke beelden ze gebruiken en welke woorden ze kiezen.
Wat doet een journalist precies? Een journalist onderzoekt wat er echt is gebeurd. Hij spreekt met ooggetuigen, experts en betrokkenen. Daarna controleert hij de feiten en kijkt of de informatie betrouwbaar is. Dat heet factchecking. Vervolgens schrijft hij een artikel, maakt een video of publiceert een bericht. Journalisten proberen zo objectief mogelijk te werken, maar hun keuzes bepalen altijd voor een deel hoe het nieuws klinkt.
Wat is persvrijheid? Persvrijheid betekent dat journalisten vrij zijn om te onderzoeken en te publiceren zonder dat de overheid bepaalt wat ze mogen zeggen. Het is een belangrijk onderdeel van een democratie. Door persvrijheid kunnen verschillende perspectieven naast elkaar bestaan. Mensen krijgen zo de kans om zelf te bepalen wat ze vinden en welke bronnen ze vertrouwen.
Bekijk de video en bespreek de stelling(en) op de volgende dia(‘s).
Dia 5: Video
Bekijk en bespreek samen deze video van Het Klokhuis. Hierin wordt op duidelijke wijze uitgelegd hoe nieuws gemaakt wordt.
Van Klokhuis.nl: “Hoe maakt een journalist van een gebeurtenis een nieuwsbericht? Janouk laat zien hoe een journalist alle feiten op een rij zet en antwoord geeft op de vragen wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Ook loopt ze een dagje mee met tv-verslaggever Ruben Leter.”
Beschrijving op YouTube: “Janouk ontdekt wat nieuws is! Ze gaat mee met een echte journalist om te ontdekken hoe je van een gebeurtenis een nieuwsbericht maakt. Deze video komt uit de aflevering 'Wat is nieuws' die te bekijken is via: klokhu.is/watisnieuws. Deze video heeft de kijkwijzer: alle leeftijden”
Dia 6: Stelling (niveau 1)
Bespreek de stelling “Het is de taak van de lezer om te checken of nieuws echt is.”
Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Waarom wel/niet? Hoe doe je dat? Wat als bv. Het Jeugdjournaal niet checkt of nieuws echt is? Wat kunnen de gevolgen zijn?
Dia 7: Stelling (Niveau 2)
Bespreek de stelling “De overheid mag zich nooit bemoeien met de inhoud van het nieuws.”
Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Waarom wel/niet? Ga hier in op de term persvrijheid en leg uit dat in sommige landen de pers moet schrijven wat de overheid zegt wat ze moeten schrijven. Wat kunnen daar de gevolgen van zijn?
Dia 8: Stelling (niveau 3)
Bespreek de stelling “Persvrijheid is de belangrijkste voorwaarde voor een democratie.”
Geef de leerlingen eerst wat tijd om zelf over de stelling na te denken en bespreek deze dan klassikaal. Leid de discussie en stel kritische vragen. Waarom wel/niet? Betrek hier eventueel de vorige stelling bij. Ga ook in op het recht van vrijheid op meningsuiting. Wat als dat er niet (meer) is? Wat betekent dat voor een land/samenleving? Wat zou dat voor jou betekenen?
Deze week staan er 2 opdrachten in de presentatie die beiden behoorlijk wat tijd vragen. Je bent hier uiteraard vrij om ervoor te kiezen of je ze beide doet. Je kunt er ook voor kiezen om Opdracht 1 op een ander moment te doen (of in de weektaak op te nemen bijvoorbeeld). Voor deze les is Opdracht 1 vooral voor verdieping bedoeld en opdracht 2 als verwerking.
Opdracht
Opdracht 1:
Speel de game Brand op de website van Het Klokhuis (https://brand.hetklokhuis.nl/nl).
- Speel het spel eerst in de rol van journalist.
- Speel het spel daarna nog eens in de rol van juicevlogger
- Speel het spel nog eens als juicevlogger of onderzoeksjournalist
Geef de leerlingen hier ruim de tijd voor en bespreek hun bevindingen na. Speel de games zelf om te ervaren wat de verschillen zijn.
Dia 10: Opdracht
Opdracht 2:
Bespreek de volgende casus (deze is verzonnen…):
“Op een woensdagmiddag horen bewoners in de buurt van het station een harde knal. Sommigen zeggen dat ze een felle flits zagen.
Het alarmnummer wordt verschillende keren gebeld en er zijn veel buurtbewoners bang voor hun veiligheid.
Wanneer de brandweer en de politie arriveren, blijkt dat er een transformator in een elektriciteitskast is doorgebrand. Er is rook, maar geen gevaar.”
Schrijf 2 nieuwsberichten over deze situatie:
- Bericht 1 schrijf je voor een sensatiekrant met de bedoeling om zoveel mogelijk views te krijgen online. Laat de leerlingen het nieuws zo spectaculair mogelijk bespreken. Gebruik bv. quotes van geschrokken buurtbewoners en veel overdreven taal.
- Bericht 2 schrijf je voor een serieuze krant die vooral bekend staat om zijn maatschappelijke betrokkenheid. Laat de leerlingen op rustige toon en vanuit een beschrijvend perspectief (“Dit is er gebeurd…”) een feitelijk verslag maken.
Reflectie
Lees de artikelen aan elkaar voor en bespreek de verschillende vormen. Welke woorden/taal zorgen ervoor dat het juiste perspectief weergegeven wordt?
Burgerschap
Deze opdracht past bij
- Kerndoel 1 – Schoolcultuur: De school zorgt voor een democratische cultuur.
- Kerndoel 2 – Diversiteit: De leerling handelt respectvol vanuit kennis over een diverse samenleving.
- Kerndoel 5 – Democratische betrokkenheid: De leerling verkent hoe die democratisch handelen in dagelijkse situaties kan vormgeven.
- Kerndoel 6 – Maatschappelijke vraagstukken: De leerling weegt af welke mogelijkheden die heeft om ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken te handelen.
Dia 13: Burgerschap vraagstuk
Bespreek de volgende stelling/situatie:
“Op sociale media ziet jouw vriend alleen maar filmpjes waarin wordt gezegd dat klimaatverandering een grapje is. Jij ziet echter alleen maar filmpjes over hoe erg het klimaat eraan toe is. In de klas ontstaat een discussie. Een journalist van de lokale krant komt langs om een artikel te schrijven over jullie klas.
- Hoe komt het dat jullie allebei totaal andere informatie zien over hetzelfde onderwerp?
- Wat moet de journalist doen om een "goed" artikel te schrijven over jullie discussie? Moet hij opschrijven wie er gelijk heeft?
- Waarom is het gevaarlijk als mensen alleen nog maar nieuws zien dat ze 'leuk' vinden of waar ze het al mee eens zijn?
Dia 14: Burgerschap verwerkingsopdracht
Maak een "Nieuws-Check-Kaartje".
Schrijf 5 vragen op die iedereen zichzelf moet stellen voordat ze een bericht op internet geloven of delen (bijv. "Wie heeft dit geschreven?", "Waar komt de informatie vandaan?", "Worden er twee kanten verteld?").
Versier je kaartje, bespreek ze samen en hang ze in de klas.
Wiki Woordenschat
Nieuws is overal in de auto, thuis op vakantie bij je vriendje, echt overal is nieuws. Nieuws is iets van je zelf van andere en van familie eigenlijk van allemaal. Als je opa en oma iets zeggen is dat nieuws. Op televisie is ook nieuws. Je hebt het Nederlandse nieuws voor volwassenen (journaal), nieuws voor kinderen (jeugdjournaal) en het buitenlandse nieuws. Er is een man of een vrouw op televisie en die zegt dan het nieuws ze krijgt het te zien wat ze moet zeggen: De nieuwslezer (een soort presentator). Aan het einde van een journaal wordt vaak verteld wat het weer zal zijn voor de komende dagen. Dit wordt soms door de weerman of weervrouw gepresenteerd vanuit dezelfde studio. Op papier verschijnt ook het nieuws. Zoiets noemen ze een krant of een opinieblad. Er zijn allemaal verschillende kranten maar ze zeggen niet altijd hetzelfde. Dat wordt weer gedaan in een pers dat is een soort printer maar dan heel groot. Zo'n pers wordt aangestuurd door een computer. Nieuws kan vrolijk zijn en droevig.
Media bestanden
Gebruikte bronnen
Bron: Weekvanhetnieuws.nl
https://weekvanhetnieuws.nl/toolkit/
https://weekvanhetnieuws.nl/over-week-van-het-nieuws/
Bron: CVDM.nl
https://www.cvdm.nl/sector/publicaties/mediamonitor-jongeren-nieuws-en-sociale-media/
Bron: Hetklokhuis.nl
https://hetklokhuis.nl/dossier/170/het-klokhuis-over-journalistiek/tv-uitzending/5666/wat-is-nieuws
https://brand.hetklokhuis.nl/nl